Topsporter Anna van der Breggen:


‘Ik geloof dat God er altijd is. Ook al ga ik hard onderuit’

Anna van der Breggen (28) is topsporter in de wielerwereld én christen. “Er zijn meer gelovigen in het peloton”, vertelt ze aan interviewer Tijs van den Brink. “We accepteren van elkaar dat we verschillende levensovertuigingen hebben.”

Lees verder


.

Topsporter Anna van der Breggen: ‘Ik geloof dat God er altijd is. Ook al ga ik hard onderuit’

Anna van der Breggen (28) is topsporter in de wielerwereld én christen. “Er zijn meer gelovigen in het peloton”, vertelt ze aan interviewer Tijs van den Brink. “We accepteren van elkaar dat we verschillende levensovertuigingen hebben.” 

In de buurt van het Oostenrijkse Innsbruck, in de bergen, ontmoet ik Anna van der Breggen tijdens een trainingskamp. Ze verblijft op twee kilometer hoogte, daardoor maakt haar lichaam meer rode bloedcellen aan. Dat vergroot Anna’s kansen tijdens het WK wielrennen in Oostenrijk, eind september. Voor een amateurwielrenner als ik is het superleuk om even mee te kunnen kijken hoe echte wielrenners zich voorbereiden op een WK.

Als ik Anna ontmoet, heeft ze er net een uitgebreide trainingstocht opzitten, met een aantal andere Nederlandse wielervrouwen. Ze slapen met elkaar in een blokhut-achtige jeugdherberg die ‘s winters door skiërs wordt gebruikt.

Anna is ‘de allerbeste ter wereld’, schrijft Panorama in de week voordat ik haar ontmoet. Ze won de afgelopen jaren bij herhaling zware wedstrijden zoals de Waalse Pijl (118 km) en Luik-Bastenaken-Luik (135 km). In 2016 haalde ze goud op de Olympische Spelen.

Zo goed ging het niet altijd. Vier jaar geleden werd Anna’s carrière ruw onderbroken door een valpartij tijdens de WK-ploegentijdrit in Spanje in 2014. Ze liep een breuk in haar bekken op.

Tijs: “Dat is waar jouw vader elke keer weer bang voor is als je een wedstrijd rijdt, vertelde hij me. Dat er iets met je gebeurt.” 
Anna: “Mijn moeder is er ook bang voor, en mijn vriend Sierk-Jan heeft hetzelfde. Hij weet wat het inhoudt, want hij werkt als ploegleider in het wielrennen. Het hoort erbij. Mijn moeder zegt altijd als ik naar een wedstrijd ga: ‘Kom maar heel thuis’.”

Tijs: “Zie jij je talent om hard te fietsen als een door God gegeven talent?” 
Anna: “Ja. God heeft met ieder mens een plan. Ik hield er vroeger nooit rekening mee dat ik professioneel wielrenster kon worden. Het is langzaam zo gegaan, het was geen droom die ik van kinds af aan had.”

Tijs: “Heb je een idee wat het plan van God hiermee zou kunnen zijn?” 
Anna: “Ik denk dat God dat alleen weet. Als ik soms twijfel over wat ik doe, dan heb ik wel het vertrouwen dat God me hierheen heeft gestuurd. Hij zal dan ook wel een weg voor mij zoeken. Tijdens het wereldkampioenschap in Spanje in 2014 had ik echt het idee: ik ben goed in vorm, ik kan wereldkampioen worden. Toen vielen we tijdens de ploegentijdrit. Op dat moment denk ik: Wat is het nut hiervan? Waarom doe ik dit eigenlijk allemaal? Ik heb dat WK niet gereden, maar verder heb ik een hele goede winter gehad. En het jaar erop won ik veel wedstrijden.”

Tijs: “Oei. Bedoel je nu dat God jou je bekken liet breken om je het volgende jaar heel goed te laten zijn?” 
Anna: “Nee, ik denk niet dat Hij ervoor zorgt dat wij vallen. Maar voor jezelf heb je soms een plannetje en bedacht dat de dingen wel zo en zo zullen gaan. Dan begrijp je niet waarom het anders gaat. Uiteindelijk denk je: Is dit slecht voor me geweest? Nou, volgens mij niet.”

Tijs: “Echt niet? Ik heb die val live zien gebeuren, het waren verschrikkelijke beelden!”
Anna: “Ja, maar zo is het vaker … Ik denk ook weleens: waarom gaat alles zo goed, zoals ik het wil? Wat zit daarachter? Wat moet mij dat brengen? Wat moet ik later worden? Dat antwoord heb ik nog niet. Soms maak je dingen mee waardoor je denkt: misschien wel hierom. Misschien wel omdat wij dit gesprek kunnen hebben.”

Tijs: “Als jij valt, voel jij je niet in de steek gelaten door God?” 
Anna, stellig: “Nee. Ik heb eerder het gevoel dat ik soms God in de steek laat. Omdat ik zo bezig ben met goed te zijn in wat ik doe, in het fietsen. Dan ga ik weer eens een keer naar de kerk, of ik bid weer eens een keer, en dan denk ik soms: oh, hoe lang is het geleden dat ik dit deed? Maar andersom: nee. Ik geloof dat God er altijd is. Ook al ga ik hard onderuit.”

Tijs: “En als je het gevoel hebt dat je God in de steek laat, is dat een reden om vergeving te vragen?” 
Anna: “Niet zo letterlijk, ik vraag wel: ‘Mag ik weer wat vaker aan U denken, wilt U erbij zijn en mij dat ook laten voelen.’ Het voelt ook niet goed als ik mezelf alleen maar push om goed te zijn. En uiteindelijk hou ik dat ook niet vol.”

Tijs: “Ha, dat is een spannend thema. Vind je dat het samen kan gaan, topsport en geloof?” 
Anna, lachend: “Ik hoop het wel.”

Tijs: “Je zei een keer in een interview: ‘Iemand anders blij maken is onderdeel van mijn geloof’. Maar als je op de finish afrijdt is toch niet je eerste gedachte: ik ga die ander blij maken?” 
Anna: “Nee, maar ik kan wel echt heel blij zijn als een ander wint. Niet voor mezelf, en niet voor mijn ploeg, want die zijn niet blij natuurlijk. Maar om diegene die wint blij te zien, dat maakt mij ook blij.”
  
Tijs: “Jij kunt oprecht blij zijn na een nederlaag, omdat je het de ander gunt die gewonnen heeft?”
Anna: “Dat is wel echt een dubbel gevoel. Voor mezelf weet ik: ik had moeten winnen. Maar soms, als je ziet wat het voor die ander betekent … Ik zag pas een concurrent winnen, ik deed toen zelf niet mee, maar ik zag haar reactie en ik werd oprecht blij. Wat mooi dat zij gewonnen heeft, denk ik dan. Terwijl het beter zou zijn dat mijn ploeg wint natuurlijk. Maar ik weet hoe moeilijk het kan zijn als je er veel voor doet en nooit iets wint.”

Tijs: “Dat is geen echte topsportmentaliteit toch? Dan wil jij toch de beste zijn?” 
Anna: “Dat wil ik wel! Maar niet altijd nee. Tja, misschien ben ik wel een nep-topsporter.”

Tijs: “Haha, dat hoor je mij niet zeggen hoor.”
Anna: “Nee, maar dat denk ik soms ook wel. Veel topsporters willen altijd winnen. Maar ik denk dat er ook veel zijn die echt werken aan langetermijndoelen en die niet altijd hoeven te winnen.”

Tijs: “Je hoeft dus niet per se egoïstisch te zijn, je kan een goed mens zijn en toch topsporter zijn?”
Anna: “Ja, op sportief vlak probeer ik gewoon de beste te zijn. Dat is mijn beroep. In een bedrijf probeer je ook alles zo goed mogelijk te doen voor dat bedrijf. In het wielrennen doe ik dat ook. Ik kan wel echt teleurgesteld zijn als ik heel graag wil winnen en het lukt niet.
Op rare uitbarstingen zul je me niet zo snel betrappen. Er zijn er zat die hun fiets een keer tegen de grond gooien. Die emotie heb ik nooit.”

Tijs: “Is het toevallig dat de drie beste Nederlandse wielrensters ooit; jij, Marianne Vos en Leontien van Moorsel alle drie wat met geloof hebben?” 
Anna: “Haha, dat is een vraag waarvan jij ook wel weet dat die niet te beantwoorden is.”

Tijs: “Als je in september wereldkampioen wordt, stop je dan met wielrennen?” 
Anna: “Nee, want dan wil ik in ieder geval nog een jaar fietsen in het shirt van de wereldkampioen! Tegelijkertijd: als ik kinderen wil krijgen, kan ik beter niet tot mijn veertigste doorfietsen.

Tekst: Auke Schouwstra
Interview: Tijs van den Brink
Fotografie: Willem Jan de Bruin

Het hele interview met Anna van der Breggen is te lezen in Daniël, het magazine voor EO donateurs.

EO magazine ontvangen? Klik dan hier

Video
Delen

Uw naam

E-mail

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Verstuur

E-card

Uw naam

Uw e-mail adres

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

1
Abonneer op het EO magazine

Nog meer mooie artikelen van de EO lezen? Meld je aan voor ons gratis online-magazine en ontvang elke twee maanden Het Beste van de EO in je mailbox. Laat je inspireren, reageer of win mooie prijzen!

Voornaam

Tussenvoegsel(s)

Achternaam

E-mailadres *

Meld aan

Video